Taken en plichten bij re-integratie voor de werkgever

Kan uw werknemer werken? Ook al gaat het om ander werk dan zijn eigen functie? Dan moet u er als werkgever alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij weer aan het werk gaat. Dat betekent: eerst binnen uw bedrijf zoeken en daarna daarbuiten. Belangrijk om te weten: na 2 jaar beoordelen wij de WIA-aanvraag. Dan gaat het erom dat u kunt aantonen dat u er alles aan heeft gedaan om uw werknemer weer aan het werk te krijgen. Ook al is dit misschien niet gelukt. Daarom is het belangrijk dat het re-integratieverslag compleet is en inhoudelijk volledig.

Ga in op het initiatief van de werknemer

Doet uw werknemer zelf voorstellen voor ander werk binnen of buiten uw bedrijf? Ga hier dan op in. U kunt de voorstellen van uw werknemer alleen afwijzen als u hier zwaarwegende redenen voor heeft.

Werkt uw werknemer niet mee?

Uw werknemer is verplicht om aan zijn re-integratie mee te werken. Bijvoorbeeld door tijdelijk ander werk binnen uw bedrijf te accepteren. Of door een cursus te volgen. Werkt uw werknemer niet mee? Dan mag u hem minder loon betalen.

Loopt de re-integratie vast?

Re-integratie is een zaak tussen werknemer en werkgever. UWV heeft hier meestal geen rol in. Loopt de re-integratie vast en kan uw arbodienst of re-integratiebedrijf u niet verder helpen? Dan kunt u UWV vragen om een deskundigenoordeel te geven.

Bron : www.uwv.nl

Wat is social return on investment?

Eind jaren ’90 werd het begrip SROI (Social Return On Investment) ontwikkeld door de REDF in de Verenigde staten. REDF is de afkorting voor het (Roberts Enterprise Development Fund) en is een filantropische organisatie die zich bezighoudt met het ontwikkelen van werkgelegenheid voor groepen die zich aan de onderkant van de samenleving bevinden.

 

Vanuit deze organisatie ontstond de behoefte een instrument te ontwikkelen, met als functie te monitoren of giften en investeringen in projecten en sociale ondernemingen, ook daadwerkelijk rendement opleverden. Oftewel; hoeveel ‘sociale euro’s’ levert een investering van € 1,- in een sociaal project op.

 

Pas tien jaar geleden ging het begrip SROI ook in Europa een rol spelen. Op initiatief van en gefinancierd door de Schotse regering een Brits RSOI netwerk opgericht. Deze hebben een raamwerk voor RSOI geleverd door het opstellen van handboeken en richtlijnen en basisprincipes.

 

In navolging van deze ontwikkelingen in Groot-Brittannië is in Nederland in 2010 het SROI netwerk voor Nederland en Vlaanderen opgericht. Dit netwerk richt zich op het verspreiden van kennis op het gebied van sociaal verantwoord ondernemen en het rendement dat dit oplevert. SROI kan op allerlei plekken en manieren worden toegepast. er is echter ook groot verschil in de kwaliteit van RSOI onderzoeken en bestaande rapporten voorspellen te vaak onrealistische rendementen.

 

 

Uitgangspunten SROI


Om een fundament te leggen onder de kwaliteit van SROI rapportages zijn 7 uitgangspunten opgesteld:

·       Stakeholders zijn direct betrokken bij het opstellen van de analyse;

·       Er wordt vastgesteld wat er vanuit het oogpunt van deze stakeholders gaat veranderen;

·       Effecten van activiteiten op zowel de korte als de lange termijn worden financieel gewaardeerd;

·       Alleen relevante en significante zaken worden in beschouwing genomen;

·       Voorzichtige aannames in  plaats van claims en zekerheden schetsen;

·       Transparantie in stappen tijdens de analyse;

·       De aannames en effecten worden bij de stakeholders geverifieerd.

 

Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel een investering op sociaal vlak een organisatie oplevert.

 

bron: sroi.nl