Werkgevers vaker op zoek naar personeel via sociale media

Steeds meer bedrijven zetten sociale media in om personeel te werven. Dit blijkt uit een enquête van UWV onder 4.700 bedrijven die vorig jaar vacatures hebben vervuld. Bijna 1 op de 5 bedrijven zet sociale media, zoals LinkedIn of Facebook, in bij het zoeken naar personeel, in 2013 was dat minder dan 1 op de 10. Sociale media worden vooral ingezet door de sectoren communicatie en informatie en de horeca en bij het werven van hoger opgeleid personeel. Voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, zoals ouderen en ongeschoolden, blijken relaties en open sollicitaties een goede toegangspoort tot werk. De krantenadvertentie verliest verder terrein. Slechts voor 9 procent van de vervulde vacatures wordt het als wervingskanaal gebruikt.

Lees meer

Vrijwilligerswerk niet stoppen voor re-integratie

De gemeente Utrecht moet niet langer aan bijstandsgerechtigden vragen te stoppen met hun vrijwilligerswerk. GroenLinks en de ChristenUnie in de gemeente willen dat het college gehoor geeft aan een motie die eerder werd aangenomen hierover.

Lees meer

Asscher: extra hulp voor werkloze jongeren bij het zoeken naar werk

IMG_3483

Jongeren die moeilijk aan het werk komen, krijgen een extra duwtje in de rug. Ondanks de aantrekkende economie en de dalende jeugdwerkloosheid is het voor een deel van de jongeren nog moeilijk om aan de slag te komen. Ze hebben vaak weinig werkervaring, weten niet welke vaardigheden werkgevers belangrijk vinden en stellen daarom nog te vaak een klassiek, eenvoudig CV op. Met een nieuwe aanpak worden jongeren actiever en rechtstreeks in contact gebracht met werkgevers. Minister Asscher  heeft dat vandaag bekendgemaakt. 

Het kabinet, UWV en gemeenten starten met een nieuwe aanpak: samen met werkgevers proberen ze 23 duizend jongeren binnen twee jaar vanuit een uitkering aan de slag te krijgen. Bedrijven zoals McDonald’s, Rabobank, Kruidvat, Albert Heijn, Kijkshop, Hilton en de Hema doen al mee. Komen vacatures beschikbaar, dan zorgen ze samen voor een goede werving, selectie en voorbereiding van jongeren. Tot nu toe bood UWV alleen digitale dienstverlening aan jongeren met een WW-uitkering. Ook gemeenten hebben nog relatief weinig ervaring met het maken van afspraken met werkgevers over vacatures. Minister Asscher heeft hiervoor veertien miljoen gereserveerd voor de komende twee jaar.

Veel jongeren weten nog niet hoe ze moeten zoeken naar werk en hoe zichzelf te presenteren in een CV, op sociale media als LinkedIn en in een sollicitatiegesprek. Dat blijkt ook uit onderzoek van de Inspectie van SZW naar jongeren met een uitkering. Zij kunnen niet uit de voeten met alleen digitale dienstverlening en groepsgewijze sollicitatietrainingen. Deze jongeren hebben sneller en persoonlijke hulp nodig.

Gemeenten gaan ook jongeren zonder startkwalificatie – jongeren die geen diploma hebben op niveau havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger – actief bemiddelen naar werk. Veel van deze jongeren zijn niet op hun plek in een voornamelijk schoolse omgeving of kunnen door een beperking geen startkwalificatie halen. Voor hen is een passende baan of een combinatie van werken met leren een beter alternatief.

‘Allochtoon minder vaak uitgenodigd voor sollicitatie’

Mensen met een allochtone achtergrond worden maar half zo vaak uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek als autochtone Nederlanders. Volgens minister Asscher blijkt uit een onderzoek dat hij heeft laten doen dat discriminatie op de arbeidsmarkt een hardnekkig probleem is.

Ook ouderen hebben een veel kleinere kans op een baan, omdat ze het in een sollicitatieprocedure vaak afleggen tegen jongeren.

De gemeente Den Haag liet het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onlangs ook onderzoek doen naar discriminatie op de arbeidsmarkt. Volgens Asscher komen de uitkomsten van zijn onderzoek overeen met de bevindingen van het SCP.

Fictieve kandidaten

De onderzoekers plaatsten cv’s van ruim 1700 fictieve kandidaten op cv-databanken op internet. Ze keken hoe vaak een cv door zoekende werkgevers werd bekeken en hoe vaak de kandidaten werden uitgenodigd. Conclusie is dat er duidelijk sprake was van discriminatie op afkomst en leeftijd.

Kandidaten met een autochtone, Nederlandse achtergrond blijken twee keer zoveel kans te hebben dat hun cv gelezen wordt als mensen uit andere groepen. Bij de allochtone groepen is het onderlinge verschil niet zo groot. Het laagst scoren kandidaten met een Turkse achtergrond.

Asscher zegt dat hij al een groot aantal maatregelen heeft genomen tegen discriminatie. Zo controleert een speciaal team van de inspectie sinds dit voorjaar of werkgevers genoeg doen om discriminatie te voorkomen.

Talent wordt verspild

Ook worden er afspraken met bedrijven gemaakt om migrantenjongeren te helpen met banen, stages en leerwerkplekken. Om werkloze ouderen aan een baan te helpen, is ruim 100 miljoen euro vrijgemaakt.

“Discriminatie zorgt dat toekomstdromen eindigen in frustratie en dat talent wordt verspild”, zegt Asscher. Het kabinet start morgen een nieuwe campagne tegen discriminatie.

 

Bron: NOS

Weinig Nederlanders kiezen voor baan in buurland

De grenzen tussen Nederland en de buurlanden werken belemmerend voor de arbeidsmarkten in de grensgebieden. Per dag pendelen bijna100 duizend werknemers tussen Nederland en Duitsland of België en omgekeerd. Gezien het aantal banen en inwoners in de grensregio’s is dat weinig. Toch zullen niet alle regionale arbeidsmarkten langs de grens evenveel profiteren van het wegnemen van de belemmeringen. Meer open grenzen zijn vooral gunstig voor regio’s waar de banen over de grens goed aansluiten bij de kennis en vaardigheden van de werknemers.

Deze conclusie trekken het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en CBS in een vandaag verschenen rapport: Arbeidsmarkt zonder grenzen’. Ze onderzochten hoeveel en welke werknemers in het buurland werken. Ook is onderzocht hoe de arbeidsmarkten in de grensregio’s eruit zullen zien als er geen landsgrens is.

Slechts weinig werknemers kiezen voor baan over de grens

In 2012 pendelden ruim 97 duizend werknemers regelmatig tussen Nederland en Duitsland of België en omgekeerd. Uitgaande van het aantal inwoners en banen dat zich binnen een acceptabele woon-werkreistijd van de grens bevindt, is dat 5 procent van wat er mogelijk is. Bovendien gaat het bij ruim de helft van deze pendelaars om Nederlanders, Belgen of Duitsers die aan de andere kant van de grens zijn gaan wonen, maar hun baan in het land van oorsprong hebben. Zij hebben niet gekozen voor een baan over de grens, maar besloten in het buurland te gaan wonen vanwege de aantrekkelijke woningmarkt, het gunstige belastingklimaat of om persoonlijke redenen.

In plaats van grenspendelen kunnen werknemers die een baan vinden in het buurland daar ook gaan wonen. Maar ook deze groep is klein:35 duizend personen in 2012.

Duitsers werken 2,5 keer vaker in de Nederlandse grensstreek dan andersom

De grensbarrière is niet voor iedereen even groot. Duitsers werken 2,5 keer vaker in de grensstreek van Nederland, dan omgekeerd. Dat is opmerkelijk want de mogelijkheden voor grenspendel zijn zelfs iets groter voor Nederlanders in Duitsland dan andersom. Het verschil in taal en cultuur kan dit niet verklaren: die kloof is even groot voor de Duitsers als de Nederlanders.

Belgen werken ongeveer even vaak in de Nederlandse grensstreek als Nederlanders in België.

Open grenzen minder gunstig voor Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg dan vaak gedacht

Vooral in regio’s waar aan de andere kant van de grens steden nabij liggen, kan het verminderen van de grensbarrière leiden tot een sterke toename van het aantal bereikbare banen. Niet alle banen zijn echter geschikt voor elke werknemer. Het kan zijn dat vaardigheden van werknemers niet aansluiten bij de werkzaamheden over de grens. Hierdoor profiteren sommige regionale arbeidsmarkten minder van het verminderen van de grensbarrière dan je zou verwachten. Dat is ook het geval voor Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg: er zijn wel veel banen in de nabijgelegen steden (Antwerpen-Gent- Brugge en Aken-Luik) maar een groot deel van die banen is niet geschikt voor de werknemers uit de Nederlandse regio’s.

Vooral regio’s waar de beschikbare banen goed aansluiten bij de vaardigheden van de werknemers over de grens, kunnen profiteren van het wegnemen van de grensbarrières. Dat is bijvoorbeeld het geval in Zeeland, het westelijke deel van Noord-Brabant en Oost- en West-Vlaanderen in België. De sector vervoer en opslag is in die regio’s aan beide zijden van de grens sterk vertegenwoordigd. Ook het noorden van Limburg en de aangrenzende Duitse districten profiteren vanwege de specialisatie in de groothandel van beide regio’s. 

Regionaal en nationaal beleid kan belemmeringen verminderen

Het beleid kan een bijdrage leveren aan het verminderen van barrières, maar dit vraagt maatwerk. Als er veel geschikte banen over de grens bereikbaar zijn, dan zijn regio’s gebaat bij een betere informatievoorziening zodat werkgevers en werknemers aan weerszijden van de grens elkaar sneller vinden. In regio’s waar de vaardigheden van werknemers niet aansluiten op de werkzaamheden over de grens, kan de regio inzetten op omscholing en aangepaste beroepsopleidingen.

Het Rijk kan op nationaal niveau bijdragen door onzekerheden over de financiële gevolgen van het accepteren van een baan over de grens weg te nemen. En ook door te zorgen dat Nederlandse diploma’s over de grens worden erkend.

Stimuleren van werken over de grens kan onbedoeld krimp in grensregio’s versterken

Het stimuleren van werken over de grens kan als onbedoeld neveneffect hebben dat de krimp van de beroepsbevolking in de Nederlandse grensregio’s wordt versterkt. Voor Nederlanders met een baan over de grens is het namelijk duur om te blijven wonen in Nederland: de mogelijkheid voor het aftrekken van de hypotheekrente kan vervallen en de lonen in de buurlanden zijn gemiddeld lager. Nederlanders met een baan in de Belgische of Duitse grensstreek wonen dan ook veel vaker in het buurland dan de Belgen en Duitsers die over de grens werken.

Bron: CBS

Ruim 20 miljoen euro extra Europees geld om meer mensen langer en productief aan het werk te houden

Er komt ruim 20 miljoen euro extra beschikbaar voor ‘duurzame inzetbaarheid’ om meer mensen langer en productief aan het werk te houden. Dat kan bijvoorbeeld door werknemers te helpen gezond te blijven of tijdig te laten omscholen. Het geld is vrijgemaakt uit het Europees Sociaal Fonds. Dat schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag aan de Tweede Kamer. 

Bedrijven en instellingen kunnen van 19 oktober tot en met 13 november 2015 een aanvraag indienen bij het Agentschap SZW om mensen langer en productief aan het werk te houden. Een aanvrager kan maximaal tienduizend euro krijgen, op voorwaarde dat het zelf de helft van het subsidiebedrag bijlegt. Bedrijven hebben in het najaar van 2014 ook een aanvraag kunnen indienen voor Europees Geld. Er was toen ook ruim twintig miljoen euro te verdelen. Tweeduizend bedrijven hebben daaraan meegedaan. Meer informatie over de regeling is te vinden op www.agentschapszw.nl .

Naast de verhoging van de AOW leeftijd zijn de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt een belangrijke reden om aan de slag te gaan met duurzame inzetbaarheid. Zo kunnen werknemers tijdig nieuwe kennis en vaardigheden aanleren om te voorkomen dat ze uitvallen. Zo blijkt uit TNO-cijfers 2014 op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) dat werknemers die aangeven dat zij nieuwe kennis en vaardigheden missen, meer verzuimen en relatief vaak burn-out klachten hebben.

Bron: Rijksoverheid

Cofinanciering sectorplannen: regeling 2015 voor derde tijdvak met brug-WW is gepubliceerd

De Regeling cofinanciering sectorplannen 2015 is gepubliceerd. De regeling richt zich specifiek op de cofinanciering van sectorplannen die de overgang bevorderen van-werk-naar-werk en van-werkloosheid-naar-werk, met de mogelijkheid van brug-WW.

Lees meer

Wat te doen bij een zieke werknemer?

Is uw werknemer ziek en is het onduidelijk hoe lang dit gaat duren? Dan begint u samen aan een re-integratietraject. U bent als werkgever verplicht om samen met uw werknemer te zorgen dat hij zo snel mogelijk weer aan het werk kan.

Lees meer

Gemeentelijke taken bij re-integratie

De gemeente is op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen met een bijstandsuitkering, mensen met een uitkering op grond van Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden (nug’ers) die bij het UWV staan geregistreerd als werkloze werkzoekenden.

Lees meer

Re-integratieprocedure voor werkgevers

Is uw werknemer ziek en is het onduidelijk hoe lang dit gaat duren? Dan begint u samen aan een re-integratietraject. U bent als werkgever verplicht om samen met uw werknemer te zorgen dat hij zo snel mogelijk weer aan het werk kan.

Lees meer