‘Meer mensen in de bijstand ondanks herstel arbeidsmarkt’

Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is in de eerste twee kwartalen van 2015, ondanks het herstel op de arbeidsmarkt, toegenomen. Wel vlakte de groei van het aantal bijstandsontvangers af ten opzichte van 2014, zo maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag bekend.  

Eind juni 2015 waren er in Nederland 447.000 bijstandsgerechtigden, vijfduizend meer dan in het voorgaande kwartaal. In de eerste twee kwartalen van dit jaar nam het aantal uitkeringen toe met 4 procent,  in 2014 was dit nog ruim 6 procent en nog een jaar eerder bedroeg de groei 8 procent.

Vertraging

Het herstel op de arbeidsmarkt werkt nog niet door, zo concludeert het CBS. Dat het herstel op de arbeidsmarkt nog niet weerspiegeld wordt in de bijstandscijfers, komt volgens woordvoerder Katja Chkalova doordat de bijstand de ontwikkelingen met vertraging volgt.

“Mensen in de bijstand hebben een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt. We zien doorgaans bijvoorbeeld eerst meer jongeren aan het werk gaan, de langdurig werklozen staan achteraan. Ook hangt het samen met de krapte op de arbeidsmarkt, momenteel is die nog heel ruim”, aldus Chkalova.

Onder 45-plussers, de groep waarbij langdurige werkloosheid het vaakst voorkomt, stijgt het aantal bestandsgerechtigden dan ook het meest, namelijk met 6 procent. De kleinste toename van uitkeringsgerechtigden is met 2 procent te vinden binnen de groep van 27 – 45-jarigen, bij mensen onder de 27 jaar bedraagt de stijging 3,5 procent.

 Betaald werk

Een op de tien bijstandsgerechtigden heeft betaald werk. De inkomsten hiervan blijven in die gevallen onder het bijstandsniveau, waardoor de werknemers een aanvullende uitkering krijgen. Hoe langer iemand een uitkering ontvangt, hoe minder vaak de combinatie met betaald werk voorkomt.

Bijstandsgerechtigden in Apeldoorn, Emmen, Zwolle, de gemeente Westland en Amersfoort houden er het vaakst betaald werk op na als gekeken wordt naar gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners.

In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Maastricht komt de combinatie van baan en uitkering relatief het minst voor.

“De samenstelling van de bijstandsontvangers in die gemeenten is anders met veel langdurige bijstandsontvangers, mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen deze verschillen te maken hebben met verschillen in de regionale werkgelegenheid”, licht Chkalova toe.

Bron: nu.nl

‘Utrecht zoekt 250 kandidaten voor basisinkomen’

 

Gemeente Utrecht wil met minimaal 250 proefpersonen aan de slag voor een experiment met een basisinkomen. Het onderzoek moet ‘wetenschappelijk verantwoord’ zijn. De deelname is vrijwillig en de selectie willekeurig.

Wetenschappelijk onderzoek

De gemeente wil begin 2016 starten met wetenschappelijk onderzoek, in samenwerking met Universiteit Utrecht. Een wetenschappelijk verantwoorde wijze van onderzoeken moet worden gewaarborgd, zo stelt wethouder Victor Everhardt. Een exacte opzet voor het experiment moet nog worden uitgewerkt, maar duidelijk is dat er 5 groepen bijstandsgerechtigden getest worden, met minimaal 50 mensen per groep. Er komen vervolgens per groep verschillende gradaties van regels en vrijheden.  

47 gemeenten tonen belangstelling

Naast Utrecht is ook gemeente Tilburg bezig met het opzetten van een experiment voor basisinkomens. Volgens het Financieel dagblad houden 47 andere gemeenten de onderzoeken belangstellend in de gaten. Voordat de experimenten kunnen beginnen moet staatssecretaris Klijnsma toestemming geven.

‘We onderzoeken meer dan alleen het effect van een inkomen zonder enige voorwaarde, in de volksmond het basisinkomen’, aldus Everhardt. Ook het effect van tegenprestatie met een beloning wordt bij de experimenten onderzocht, en mensen die alleen een uitkering krijgen zonder sancties en verplichtingen maar die wel rechtmatig getoetst worden. ‘Met de uitkomsten weten we straks veel meer over de effectiviteit van re-integratie, tevredenheid, uitstroom en de kosten die hierbij komen kijken. Als blijkt dat minder regels hier een positief effect op heeft gaan we kijken hoe we de regels kunnen vereenvoudigen.’
 
Alternatief voor huidige aanpak bijstand 

Utrecht komt met het experiment omdat er behoefte is aan een alternatief voor de huidige wettelijke aanpak binnen de bijstand. ‘Die aanpak is een ingewikkeld systeem van verplichtingen en sancties, dat eigen keuzes van mensen in de weg kan staan. Ik ben vooral voorstander van eenvoudigere regelgeving: regels moeten eenvoudiger zijn. Mensen moeten zelf in staat zijn keuzes te maken en regie te nemen. Wij willen weten wat daarvoor de beste aanpak is.’

Weinig onderzoek 

Er wordt al heel lang gepraat over het invoeren van basisinkomen, stelt Everhardt. ‘Maar er is nog heel weinig onderzoek gedaan. Ik ben altijd een voorstander van weten of iets werkt. Veel andere gemeentes voelen zich aangetrokken tot het fenomeen basisinkomen en willen rigoureus het roer omgooien door het basisinkomen te introduceren. Ook in Utrecht vindt dit gehoor. We willen nu eerst gedegen onderzoeken wat de beste aanpak is.’

Vereniging Basisinkomen 

De Vereniging Basisinkomen is positief over voorgenomen experimenten, zo laat de voorzitter Ad Planken weten aan Binnenlands Bestuur. Al is het voor de Vereniging nog even afwachten wat de experimenten precies inhouden. ‘Er zijn bij ons veel vraagtekens over de grootte van de experimenten en hoe lang deze gaan duren. We hopen dat er wel wetenschappelijke resultaten uit voortkomen. We zien het in ieder geval als positief dat er nu gesproken wordt bij gemeenten over het basisinkomen. Wij staan voor een uiteindelijk volwaardig Basisinkomen voor iedereen, individueel, zonder verplichtte tegenprestaties en toetsen en hoog genoeg om ook zonder andere inkomsten te kunnen voorzien in eigen materiële en immateriële basisbehoeften.’

‘Delen sociale huurwoning in Eindhoven’

De gemeente Eindhoven wil dat het mogelijk wordt om sociale huurwoningen door meerdere mensen te laten huren. Vooral voor alleenstaanden moet het daarmee goedkoper worden om woonruimte te huren.

Bovendien worden sociale huurwoningen op die manier beter benut, vindt de gemeente. Het plan wordt als een van de prioriteiten gepresenteerd in de concept-woonvisie 2015-2020 die binnenkort naar de raadscommissie gaat.

Andere verdeling

65 procent van de woningvoorraad in Eindhoven bestaat uit eengezinswoningen terwijl het aantal eenpersoonshuishoudens nu al 46 procent is en de komende jaren sterk gaat groeien.

In 2030 zal het aantal een- en tweepersoonshuishoudens met 25 procent gegroeid zijn – vooral met jongvolwassenen en ouderen, zo heeft de gemeente berekend. De woonwensen veranderen dus. Daarom zoekt wethouder Yasin Torunoglu  naar mogelijkheden om de woningen anders te verdelen.

Maar dat is geen kwestie van een ‘pennenstreek’, staat in de conceptvisie. Het vraagt bijvoorbeeld om aanpassing van bestemmingsplannen waar nu nog in staat dat een woning bedoeld is voor één huishouden.

Ook landelijke ondersteunende inkomensregelingen zijn hier niet op ingesteld. Mensen kunnen gekort worden op hun uitkering als ze een woning delen. Ook kan het gevolgen hebben voor toeslagen. Vanaf 2016 worden bijvoorbeeld alle AOW’ers met huisgenoten gekort op hun uitkering.

 Delen huurwoning

Eindhoven is de eerste gemeente die gaat onderzoeken of meerdere huurders een sociale huurwoning kunnen delen. Om dit tot stand te brengen, vraagt de gemeente hulp van woningcorporaties en particulieren en wil ze goede voorbeelden in de schijnwerpers gaan zetten.

 Bron: Binnenlands bestuur

Vormen van bijstand voor zelfstandigen

Doelgroepen Bbz

De volgende groepen zelfstandigen kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning op basis van het Bbz:

  • startende ondernemers die vanuit de bijstand of de WW een bedrijf starten;
  • gevestigde zelfstandigen in tijdelijke financiële problemen of zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen;
  • oudere zelfstandigen (ouder dan 55 jaar) met een niet-levensvatbaar bedrijf.
  • In de praktijk zijn de ondernemers die gebruikmaken van Bbz vaak zzp’ers. Het is geen vereiste dat u zzp’er bent. U moet minimaal 18 jaar zijn om in aanmerking te komen voor het Bbz.

Aanvulling tot bijstandsniveau

De Bbz-uitkering is een aanvulling op het totale inkomen (waaronder een uitkering) van u en uw partner tot het voor u geldende bijstandsniveau.

Startende ondernemers met een uitkering

Start u een bedrijf vanuit een WW- of bijstandsuitkering? Dan kunt u in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit het Bbz:

  • Starten eigen bedrijf vanuit bijstand
    Als u een levensvatbaar ondernemingsplan heeft, kunt u een rentedragend krediet krijgen vanuit het Bbz. Dit is om noodzakelijke investeringen in uw bedrijf te financieren. Bijvoorbeeld de aanschaf van machines en voorraden.
  • Starten eigen bedrijf vanuit de WW
    U kunt onder bepaalde voorwaarden een bedrijf starten met behoud van uw WW-uitkering. Ook kunt u in aanmerking komen voor een starterskrediet op basis van het Bbz. Dit is een rentedragende lening. Hiervan kunt u bijvoorbeeld begeleiding door deskundigen betalen.

Gevestigde zelfstandigen

Ondernemers die al langere tijd een eigen bedrijf hebben, kunnen tijdelijk in financiële problemen komen. Bijvoorbeeld als een belangrijke klant failliet raakt. U kunt dan in aanmerking komen voor een periodieke uitkering of bedrijfskapitaal.

Gemeente verantwoordelijk voor uitvoering Bbz

De gemeente voert het Bbz uit. De voorwaarden verschillen per situatie. Er kunnen bijvoorbeeld maximumbedragen gelden voor het eigen vermogen. Als uw eigen vermogen te hoog is, kunt u de Bbz-uitkering otvangen in de vorm van een lening. U vraagt de Bbz-uitkering aan bij de gemeentelijke sociale dienst.

Bezwaar maken beslissing Bbz
Bent u het niet eens bent met de beslissing van de gemeente op uw aanvraag? Dan kunt u binnen 6 weken bezwaar maken bij de gemeente. Vervolgens kunt u tegen de uiteindelijke beslissing in beroep gaan bij de rechtbank en bij de Centrale Raad van Beroep.

Bron : Rijksoverheid

‘Grotere afstand tot arbeidsmarkt door tegenprestatie’

shutterstock_142610305

Een verplichting tot het doen van vrijwilligerswerk, leidt er niet toe dat mensen in de bijstand sneller een baan vinden. Dat concludeert promovendus Thomas Kampen van de Universiteit van Amsterdam. Het tegenovergestelde wordt juist bereikt: bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen, vinden zelden een baan.

Lees verder op www.binnenlandsbestuur.nl.

 

Doorstroom van WW naar bijstand stabiel ondanks crisis

geplaatst op 27 oktober 2014

Door de sterke toename van het aantal WW-uitkeringen tijdens de economische crisis is ook het aantal mensen dat na de WW-periode in de bijstand terecht is gekomen sterk gestegen de afgelopen vijf jaar. Dit blijkt uit onderzoek van UWV. Laagopgeleiden, 55-plussers en alleenstaanden hebben de grootste kans om in de bijstand te komen na de WW. Ondanks de slechte arbeidsmarkt is het percentage WW’ers dat doorstroomt naar de bijstand stabiel gebleven.

Het aantal mensen dat na een WW-uitkering in de bijstand terecht komt, is in de afgelopen vijf jaar ruim verdubbeld, van bijna 14.000 in 2008 naar bijna 31.000 in 2013. In dezelfde periode is ook het aantal lopende WW-uitkeringen meer dan verdubbeld. Naar verwachting neemt de doorstroom van de WW naar de bijstand dit en volgend jaar nog licht toe. De economische crisis en de nasleep ervan zorgen dat meer mensen na de WW-uitkering in de bijstand terecht komen. Een op de zes WW’ers die de maximale uitkeringsduur bereikt, stroomt door naar de bijstand. Het ‘doorstroompercentage’ daalde aan het begin van de crisis (2008-2010) en is sindsdien stabiel.

Uit het onderzoek van UWV blijkt dat het beroep op de bijstand hoger dan gemiddeld is bij 55-plussers en laagopgeleiden, werkzoekenden met een slechte arbeidsmarktpositie. Ook alleenstaanden moeten na de WW-uitkering relatief vaak een beroep doen op de bijstand. UWV ziet met name in delen van de Randstad, Groningen, Friesland en Gelderland procentueel meer WW-gerechtigden in de bijstand komen. 

Een sterke toename vanuit de WW in de bijstand is geen nieuw verschijnsel. Na de internetcrisis, begin 2000, verdubbelde de doorstroom ook. Het verschil met de crisis van toen is dat de huidige economische tegenwind veel langer aanhoudt. Voor gemeenten betekent de aanhoudend hoge doorstroom – die verantwoordelijk is voor ongeveer twintig procent van de totale instroom in de bijstand – een toename van de werklast en een fors beslag op de budgetten.

Download het rapport.

 

Nieuw tijdelijk vangnet bij grote financiële tekorten op bijstand

Er komt in 2015 een tijdelijk en eenvoudig vangnet voor gemeenten om eventuele grote financiële tekorten op te vangen. Deze gaat tegelijkertijd in met de invoering van een nieuw verdeelmodel voor de verdeling van de bijstandsbudgetten. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gemeenten dragen de financiële verantwoordelijkheid voor de uitgaven voor de bijstand, maar als het tekort oploopt tot meer dan 10% dan kunnen gemeenten een beroep doen op dit tijdelijke vangnet.

Door een eenvoudige opzet van het vangnet in 2015 kunnen gemeenten hun energie richten op het goed voorbereiden van de invoering van de Participatiewet. Het tijdelijke vangnet creëert ook ruimte om in goede afstemming met alle betrokken partijen op zorgvuldige wijze te werken aan een definitieve vormgeving van het vangnet vanaf 2016.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

 

Nieuw tijdelijk vangnet voor gemeenten bij grote financiële tekorten op de bijstand

Er komt in 2015 een tijdelijk en eenvoudig vangnet voor gemeenten om eventuele grote financiële tekorten op te vangen. Deze gaat tegelijkertijd in met de invoering van een nieuw verdeelmodel voor de verdeling van de bijstandsbudgetten. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gemeenten dragen de financiële verantwoordelijkheid voor de uitgaven voor de bijstand, maar als het tekort oploopt tot meer dan 10% dan kunnen gemeenten een beroep doen op dit tijdelijke vangnet.

Door een eenvoudige opzet van het vangnet in 2015 kunnen gemeenten hun energie richten op het goed voorbereiden van de invoering van de Participatiewet. Het tijdelijke vangnet creëert ook ruimte om in goede afstemming met alle betrokken partijen op zorgvuldige wijze te werken aan een definitieve vormgeving van het vangnet vanaf 2016.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Rijksoverheid.nl

Meer mensen na de WW-uitkering in de bijstand

Het aantal mensen dat na een WW-uitkering in de bijstand terecht komt, is in de afgelopen 5 jaar ruim verdubbeld: van bijna 14.000 (2008) naar bijna in 31.000 (2013). Naar verwachting groeit deze ‘doorstroom van de WW naar de bijstand’ nog verder naar 34.000 personen in 2014 en 36.000 personen in 2015. Dat blijkt uit onderzoek van UWV.

De toename van het aantal mensen dat in de bijstand terechtkomt sinds 2008 is vooral veroorzaakt door de nasleep van de kredietcrisis. Vanaf 2008 is het aantal personen met een WW-uitkering sterk toegenomen. Daardoor is ook de uitstroom uit de WW gestegen. Het percentage uitgestroomde WW’ers die in de bijstand terechtkomen, is de laatste jaren echter vrij stabiel. In de periode 2010-2013 schommelt dit doorstroompercentage rond de 6,5%. Naar verwachting zal dit percentage ook in 2014 en 2015 ongeveer 6,5% blijven.

22% van de instroom in de bijstand komt uit de WW

Een doorstroompercentage van 6,5% lijkt niet veel, maar deze mensen maken een fors aandeel uit van de instroom in de bijstand. Vanuit gemeenten bezien is 22% van de bijstandsinstroom in 2013 het gevolg van personen die uit de WW komen.

Grote verschillen tussen gemeenten

Het doorstroompercentage van WW naar bijstand varieert per gemeente tussen 0 en bijna 13%. Uitschieters naar boven zijn bijvoorbeeld Rijswijk (12,9%), Groningen (12,5%) en Zoetermeer (11,1%). Het doorstroompercentage is hoog in de meeste grote steden. Hiermee is de doorstroom naar de bijstand vooral een grootstedelijk probleem. De verschillen tussen gemeenten zijn in 2013 wel afgenomen ten opzichte van 2010. In gemeenten met lage doorstroompercentages is de doorstroom meer dan het landelijk gemiddelde gegroeid.

Er is een sterke samenhang tussen het hoge aandeel alleenstaanden, het lage aandeel koopwoningen in grote steden en de hoge doorstroompercentages in deze steden. Daarnaast blijkt uit eerder onderzoek dat het doorstroompercentage samenhangt met het percentage werkloze werkzoekenden in de gemeente. De grote regionale verschillen in werkloosheid zijn hierdoor mede de oorzaak van de tussen gemeenten sterk uiteenlopende doorstroompercentages.

Meer informatie

Het onderzoeksrapport kunt u downloaden op de website van UWV: www.uwv.nl

Meer mensen na de WW-uitkering in de bijstand

 

Minder ondernemers vragen bijstand aan

Minder zelfstandige ondernemers hebben in het derde kwartaal bijstand aangevraagd. Het aantal aanvragen lag 14 procent lager dan een jaar eerder. Dat stelt het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK). Het instituut spreekt van een opvallende daling. Aangezien minder kleine ondernemers in financiële nood verkeren, duidt dat volgens het instituut op een opleving van het mkb.

Lees verder op www.nu.nl.