Methodieken voor bepalen loonwaarde op werkplek gepubliceerd

Blik op Werk heeft op 18 december 2014 de Loonwaardegids gepubliceerd met daarin de negen methodieken die gevalideerd zijn. In het regionaal werkbedrijf kunnen de partijen met deze gids in de hand een methodiek selecteren die ze regionaal gaan inzetten voor het bepalen van de loonwaarde op de werkplek.

Blik op Werk toetst in opdracht van de Werkkamer of loonwaardemethodieken voldoen aan de kwaliteitsstandaard. Dat is een continu proces. Aanbieders kunnen zich bij Blik op Werk melden voor validatie. Bij een positief resultaat wordt de methodiek opgenomen in de Loonwaardegids. Iedere loonwaardemethodiek wordt periodiek getoetst om te kijken of deze nog voldoet aan de kwaliteitseisen.

De methodieken die nu voor 1 of 2 jaar gevalideerd zijn betreffen:

  1. !Talent6
  2. Activa
  3. CompetenSYS
  4. Dariuz
  5. Loonwaarde Advies Tool
  6. Matchcare
  7. PTC Werkstap
  8. UWV
  9. VTA/DWI

Begin 2015 zullen in ieder geval nog drie methodieken het validatie traject ingaan.

Loonwaardemethodiek doorgeven

Met de informatie uit de Loonwaardegids kunnen gemeenten, UWV en sociale partners in de arbeidsmarktregio’s een goed onderbouwde keuze maken voor de methodiek die regionaal gehanteerd wordt bij het bepalen van de loonwaarde op de werkplek.

Dat betekent overigens dat ook UWV zich committeert aan het inzetten van de gezamenlijk gekozen loonwaardemethodiek.

Arbeidsmarktregio’s moeten hun keuze schriftelijk aan het ministerie van SZW doorgeven. De melding moet worden gedaan door het bestuur namens de aangesloten colleges. Het is aan te bevelen om in de brief te onderbouwen dat voldaan wordt aan de eisen van artikel 2 van het besluit. De staatssecretaris moet vaststellen of die methode aan de eisen van artikel 2 van het besluit voldoet.

Voor regio’s/gemeenten die hun keuze nog niet hebben doorgegeven is de ministeriële regeling Loonkostensubsidie Participatiewet per 1 januari 2015 van kracht.

Meer informatie

 

Teksten over arbeidsverplichtingen en maatregelenbeleid beschikbaar

 

Van alle drie de onderwerpen zijn een webtekst, nieuwsbrieftekst en tekstblokken voor in een brief opgesteld. De teksten richten zich in zo duidelijk mogelijk taalgebruik op (huidige/toekomstige) ontvangers van een bijstandsuitkering. Net als de eerder verschenen modelteksten zijn ook deze tekstseries inhoudelijk in samenwerking met beleidsdeskundigen gemaakt. Gemeenten zijn vrij om de teksten aan te passen, in te korten of uit te breiden voor in hun eigen communicatie.

De kostendelersnorm voor toekomstige uitkeringsgerechtigden

Eerder zijn al modelteksten over de kostendelersnorm voor huidige bijstandontvangers gepubliceerd. Nu zijn ook voor toekomstige uitkeringsgerechtigden teksten geschreven over de kostendelersnorm. Voor deze doelgroep zijn er kleine wijzigingen in de tekst aangebracht zoals het weglaten van de overgangsregeling die voor deze doelgroep niet relevant is.

Nog te verschijnen teksten komende week:

  • Afschaffing alleenstaande oudernorm (nieuwsbriefteksten, webteksten en tekstblokken voor brieven t.b.v. toekomstige uitkeringsgerechtigden)
  • Bestaande Wajongers (nieuwsbriefteksten, webteksten en tekstblokken voor brieven t.b.v. uitkeringsgerechtigden)

 Bron : Divosa

 

Vormen van bijstand voor zelfstandigen

Doelgroepen Bbz

De volgende groepen zelfstandigen kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning op basis van het Bbz:

  • startende ondernemers die vanuit de bijstand of de WW een bedrijf starten;
  • gevestigde zelfstandigen in tijdelijke financiële problemen of zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen;
  • oudere zelfstandigen (ouder dan 55 jaar) met een niet-levensvatbaar bedrijf.
  • In de praktijk zijn de ondernemers die gebruikmaken van Bbz vaak zzp’ers. Het is geen vereiste dat u zzp’er bent. U moet minimaal 18 jaar zijn om in aanmerking te komen voor het Bbz.

Aanvulling tot bijstandsniveau

De Bbz-uitkering is een aanvulling op het totale inkomen (waaronder een uitkering) van u en uw partner tot het voor u geldende bijstandsniveau.

Startende ondernemers met een uitkering

Start u een bedrijf vanuit een WW- of bijstandsuitkering? Dan kunt u in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit het Bbz:

  • Starten eigen bedrijf vanuit bijstand
    Als u een levensvatbaar ondernemingsplan heeft, kunt u een rentedragend krediet krijgen vanuit het Bbz. Dit is om noodzakelijke investeringen in uw bedrijf te financieren. Bijvoorbeeld de aanschaf van machines en voorraden.
  • Starten eigen bedrijf vanuit de WW
    U kunt onder bepaalde voorwaarden een bedrijf starten met behoud van uw WW-uitkering. Ook kunt u in aanmerking komen voor een starterskrediet op basis van het Bbz. Dit is een rentedragende lening. Hiervan kunt u bijvoorbeeld begeleiding door deskundigen betalen.

Gevestigde zelfstandigen

Ondernemers die al langere tijd een eigen bedrijf hebben, kunnen tijdelijk in financiële problemen komen. Bijvoorbeeld als een belangrijke klant failliet raakt. U kunt dan in aanmerking komen voor een periodieke uitkering of bedrijfskapitaal.

Gemeente verantwoordelijk voor uitvoering Bbz

De gemeente voert het Bbz uit. De voorwaarden verschillen per situatie. Er kunnen bijvoorbeeld maximumbedragen gelden voor het eigen vermogen. Als uw eigen vermogen te hoog is, kunt u de Bbz-uitkering otvangen in de vorm van een lening. U vraagt de Bbz-uitkering aan bij de gemeentelijke sociale dienst.

Bezwaar maken beslissing Bbz
Bent u het niet eens bent met de beslissing van de gemeente op uw aanvraag? Dan kunt u binnen 6 weken bezwaar maken bij de gemeente. Vervolgens kunt u tegen de uiteindelijke beslissing in beroep gaan bij de rechtbank en bij de Centrale Raad van Beroep.

Bron : Rijksoverheid

Infographic over doelgroepregister beschikbaar

Het UWV heeft een infographic gemaakt van het doelgroepregister. Met deze infographic wordt in één oogopslag duidelijk wat de functie is van het register, welke mensen in de doelgroep vallen en welke gegevens opgevraagd kunnen worden.

UWV heeft de opdracht gekregen het doelgroepregister in te richten. Met de gegevens uit dit register kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de banenafspraak monitoren. In het themadossier Participatiewet en banenafspraak op uwv.nl is de infographic gepubliceerd.

Download de infographic doelgroepregister via www.uwv.nl.

Klijnsma: Doorbraak voor werkzoekenden met een beperking

Tweede Kamer stemt in met banenafspraak en quotum voor arbeidsgehandicapten

Vandaag heeft de Tweede Kamer met een ruime meerderheid van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP, Partij voor de Dieren, 50+ en Groep Klein ingestemd met het wetsvoorstel ‘banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten’ (BQA). Dit voorstel regelt hoe de gemaakte afspraken uit het sociaal akkoord over extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking worden uitgevoerd en nageleefd. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is blij met de brede steun. “Het betekent dat we mensen die ook dolgraag willen werken, maar vanwege een beperking een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, nu ook reëel perspectief op een baan kunnen bieden.”

Het kabinet kwam vorig jaar met werkgevers en werknemers overeen dat tot 2026 voor deze groep in totaal 125.000 extra banen beschikbaar komen. Deze garantiebanen zijn bestemd voor mensen die wel kunnen werken maar vanwege een beperking niet in staat zijn het wettelijk minimum loon te verdienen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma bereidde voor de zekerheid ‘als stok achter de deur’ een aparte regeling voor, die pas in werking treedt wanneer blijkt dat de toegezegde banen er niet komen. In het debat met de Tweede Kamer sprak de staatssecretaris vorige week de hoop uit deze quotumheffing nooit nodig te hebben, omdat werkgevers gewoon meedoen aan het creëren van de garantiebanen.

Meerdere partijen drongen in het debat aan op een verruiming van de doelgroep zodat ook mensen met een handicap die met wat ondersteuning wél in staat zijn het minimumloon te verdienen meetellen bij een eventuele quotumheffing. De Tweede Kamer wil vooral geen ‘concurrentie’ tussen de verschillende doelgroepen. Een breed gedragen amendement om de wet op dit punt te wijzigen werd vanmiddag bij de stemming in de Tweede Kamer aangenomen.

Aan de met sociale partners overeengekomen doelgroep voor de banenafspraak wordt niet getornd. De 125.000 banen, waarvan 100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid, blijven bestemd voor de afgesproken groep die het meest kwetsbaar is op de arbeidsmarkt.

Eind 2016 wordt voor het eerst gekeken of de toegezegde banen ook zijn gerealiseerd. Als blijkt dat dit niet is gelukt, treedt de quotumregeling in werking waarbij bedrijven van 25 werknemers of meer een heffing van 5000 euro per niet ingevulde werkplek per jaar krijgen opgelegd.
Het aangenomen amendement regelt dat bij het bepalen van de hoogte van deze heffing ook wordt  gekeken naar (veelal hoger opgeleide) werknemers met een handicap, die buiten de doelgroep van de banenafspraak vallen. Het totaal aantal banen wordt bij de invoering van een quotum wel navenant hoger, zodat de kans op een garantiebaan voor de oorspronkelijke doelgroep gelijk blijft.

Klijnsma: “Het is mooi dat nu duidelijk is voor wie deze banen zijn bedoeld en hoe we hier verder mee omgaan. Dat is ook belangrijk met het oog op de Participatiewet die op 1 januari van kracht wordt”. Deze wet biedt gemeenten de mogelijkheid om mensen meer op maat en in samenhang met andere hulpvragen te begeleiden naar werk of andere vormen van maatschappelijke ondersteuning.

Rijksoverheid.nl

Iemand heeft een Wajong uitkering en verdient daarnaast geld bij een werkgever. Hoe bereken je wat hij moet terugbetalen ?

Allereerst heb je 2 soorten Wajong, de oude Wajong van voor 2010 en de nieuwe Wajong van na 2010.

Terugbetalen bij de oude Wajong
Bij de nieuwe Wajong van na 2010 is het relatief makkelijk, gebruik de rekenhulp. Je vult in wat je loon is en er wordt berekend wat je nog aan uitkering erbij krijgt. Het verschil tussen dat uitkeringsbedrag en wat je kreeg voordat je ging werken wordt verrekent. Als je een vast loon per maand hebt en UWV weet het op tijd, dan kunnen ze het in dezelfde en de volgende maanden gelijk aanpassen, ze houden het dan gelijk in en je hoeft niks terug te betalen. Anders verrekenen ze het met je uitkering van de volgende maand(en) of je moet eenmalig een bedrag terugbetalen (omdat de volgende maanden dan wel gelijk ingehouden worden).
Rekenhulp: http://www.uwv.nl/particulieren/rekenhulpen/nieuwe-wajong.aspx
NB: Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend!

Als je per maand wisselende inkomsten hebt (bijv. uitzendwerk) kan je het vaak pas aan het einde van de maand doorgeven. Ze verrekenen het dan met de volgende maand. Let dan wel op, als je in maand A goed verdiend hebt verrekenen ze het in maand B. Maand B in C enz… Het kan dus zijn dat je in maand A goed verdiend hebt en teveel uitkering krijgt (dus veel inkomsten hebt) maar in maand B weinig verdiend terwijl ze dan maand A verrekenen en je dus ook minder uitkering hebt (dus minder inkomsten). Hou je financiën dus goed in de gaten!!
Bij de oude Wajong zijn er 3 mogelijkheden: het wordt dan namelijk verrekend ten opzichte van wat UWV een maatmanloon noemt.
Meestal is dat het wettelijk minimumloon, gebruik dan de rekenhulp voor de oude Wajong:
http://www.uwv.nl/particulieren/rekenhulpen/oude-wajong.aspx
Het werkt dan verder hetzelfde als bij de nieuwe Wajong hierboven.

Er zijn in de oude Wajong 2 uitzonderingen mogelijk die nog wel eens voorkomen en best wel ingewikkeld zijn. Aan het einde een paar rekenvoorbeelden.

1. Tot eind 2012 kon UWV als iemand met een Wajong ging werken het maatmanloon veranderen. Dat werd dan het loon van het fulltime werk dat iemand ging doen, bijvoorbeeld magazijnmedewerker. Het loon dat je dan verdient wordt afgezet tegen het fulltime loon dat je verdient met die functie. Vaak is het loon van zo’n functie hoger. Je uitkering wordt dan berekent door te berekenen wat het verschil in procenten is tussen het fulltime loon en het loon dat je verdient. Dat maatmanloon blijft dan ook na einde 2012 van jou, UWV moet dan ook als je nu ergens gaat werken dat maatmanloon gaan gebruiken. Vaak weet de uitkeringsafdeling niet dat het ooit is verandert, maar de arbeidsdeskundige kan dat wel uitzoeken voor je.

2. Als je een HBO of universitaire studie hebt afgerond kan UWV je maatmanloon verhogen tot minimaal 1,5 maal het wettelijk minimumloon. Bij werk gaan ze dan ook weer het verschil in procenten berekenen tussen je maatmanloon (1,5x wettelijk minimumloon) en wat je verdient.
Rekenvoorbeeld: Je verdient € 750,- bruto per maand.

Oude wajong met maatmanloon wettelijk minimumloon van € 1495,20 bruto per maand. Procentueel verschil bijna 50%, Wajong uitkeringsklasse 45-55%, uitkering 35% van het wettelijk minimumloon bovenop je loon (€ 523,- bruto).
Maatmanloon magazijnmedewerker is bijvoorbeeld € 1800,- bruto. Procentueel verschil met € 750,- is dan 58%, Wajong uitkeringsklasse 55-65%, uitkering is dan 42% van het wettelijk minimumloon bovenop je loon (€ 627 bruto). Je krijgt meer en hoeft dus minder terug te betalen.
Maatmanloon bij HBO/ Universiteit 1,5 X € 1495,20 = € 2242,80 bruto. Procentueel verschil met € 750,- is dan 66%, Wajong uitkeringsklasse 65-80%, uitkering is dan 50,75% van het wettelijk minimumloon bovenop je loon (€ 758 bruto). Je krijgt ook hier meer en hoeft dus minder terug te betalen.
Bij de oude Wajong is het dus altijd goed om goed uit te laten zoeken wat er op jou van toepassing is en is het dus niet altijd mogelijk om zelf goed uit te rekenen  wat je terug moet betalen of er aan over gaat houden… Zorg dat de arbeidsdeskundige van UWV dit goed voor je uitzoekt!!
In alle 3 de gevallen in de oude Wajong is de rekenformule:
maatmanloon – verdiensten / maatmanloon X 100%= getal%

Het getal valt dan binnen een Wajong klasse met een vast uitkeringspercentage van het wettelijk minimumloon.
0 – 25% is geen uitkering
25-35% is 21% uitkering
35-45% is 28% uitkering
45-55% is 35% uitkering
55-65% is 42% uitkering
65-80% is 50,75% uitkering
80-100% is 75% uitkering

Aan de antwoorden in deze rubriek kunnen geen rechten woorden ontleend. Vraag altijd bij desbetreffende instanties na welke omstandigheden op uw specifieke situatie van toepassing zijn. 

Valt een inburgeraar ook onder de doelgroep van de Quotumwet ?

Zolang een werknemer niet in staat is het WML te verdienen zal deze binnen de Participatiewet vallen. Bij een inburgeraar is het echter de vraag voor hoelang. Dit zal afhankelijk zijn van de stappen die deze maakt in zijn ontwikkeling binnen de Nederlandse staat (denk hierbij aan taalontwikkeling).

Aan de antwoorden in deze rubriek kunnen geen rechten woorden ontleend. Vraag altijd bij desbetreffende instanties na welke omstandigheden op uw specifieke situatie van toepassing zijn. 

Impressie implementatiedag Participatiewet december 2014

De Programmaraad (Divosa, VNG, UWV en Cedris) organiseerde tot eind van het jaar elke maand een implementatiedag over de Participatiewet en de WWB-maatregelen. De laatste implementatiedag van dit jaar was op vrijdag 12 december 2014 in Utrecht. Een zeer druk bezochte dag.

Deze dag werd afgesloten met een plenaire gesprek met staatssecretaris Klijnsma, leden van de Programmaraad en de ‘5×35’ bestuurders uit de arbeidsmarktregio’s: wethouders centrumgemeenten, werkgevers, werknemers, UWV en onderwijs.

Een impressie van de dag

Meer informatie

Klijnsma roemt regionale samenwerking bij landelijke aftrap Participatiewet

maandag 15 december 2014 | 09:17 uur | Nieuwsbericht | Bron: www.rijksoverheid.nl

“Er moet nog veel gebeuren: het échte werk begint natuurlijk op 1 januari. Maar het is prachtig om te zien wat er in de arbeidsmarktregio’s nu al tot stand is gebracht”. Dit zei staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op een landelijke conferentie over de Participatiewet die op 12 december 2014 plaatsvond in Utrecht. Deze wet treedt op 1 januari 2015 in werking en heeft als doel meer banen beschikbaar te stellen voor mensen met een arbeidsbeperking.

Op de drukbezochte conferentie ‘De kracht van de regio” in het Muntgebouw in Utrecht waren landelijke kopstukken en delegaties uit de arbeidsmarktregio’s van het land vertegenwoordigd. Niet alleen vrijwel alle 35 wethouders van de centrumgemeenten, maar ook ondermeer vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, de vakbeweging, het UWV en het onderwijs. Deze partijen werken regionaal samen in zogenoemde werkbedrijven die als taak krijgen uitvoering te geven aan de Participatiewet en de banenafspraak die het kabinet maakte met de sociale partners.

Die afspraak houdt in dat de komende jaren 125.000 extra banen beschikbaar komen voor mensen die kunnen werken, maar vanwege een beperking niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Voor werkgevers zijn ondersteunende voorzieningen zoals de inzet van ‘jobcoaches’, no-risk polissen, aanvullingen op het loon en werkplekaanpassingen beschikbaar. Wajongers en mensen die op de wachtlijst staan voor de sociale werkvoorziening komen als eerste in aanmerking voor deze garantiebanen. Als deze er in onvoldoende mate komen, treedt een quotumregeling in werking.

Staatssecretaris Klijnsma herhaalde op de bijeenkomst in Utrecht nogmaals dat zij hoopt deze heffing ‘als stok achter de deur’ nooit nodig te hebben. Daarvoor is het van belang om de komende tijd vooral de verbinding met het onderwijsveld en de andere samenwerkende partijen verder te verstevigen. “Maar als ik zie wat er allemaal al in gang is gezet, sterkt mij dat in de overtuiging dat goede regionale samenwerking echt onontbeerlijk is om de Participatiewet te laten slagen.”

UWV is ‘beste overheidswerkgever’

geplaatst op 11 december 2014

In het jaarlijkse onderzoek van zakenblad Incompany naar de tevredenheid van medewerkers bij de grootste bedrijven, overheden en instellingen in Nederland, heeft UWV de hoogste score behaald in de categorie overheid. Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 10 december in Amsterdam, nam bestuursvoorzitter Bruno Bruins de prijs in ontvangst voor ‘beste overheidswerkgever’.

In opdracht van Incompany heeft het onderzoeksbureau Motivaction in de afgelopen maanden ruim 70.000 personeelsleden gevraagd om hun werkgever te beoordelen. Van deze werknemers hebben er 4.340 geparticipeerd in het onderzoek, waaronder veel UWV-collega’s. Werknemers delen voor achttien aspecten rapportcijfers uit, verdeeld over de categorieën functie, arbeidsvoorwaarden, carrière en cultuur.

Hoogste score

Resultaat is een 22e positie overall, de hoogste score voor een werkgever binnen de overheid. Vooral in de categorieën ‘functie’ en ‘cultuur’ doet UWV het goed. De medewerkers beoordelen collegialiteit en werksfeer hoog en ook ‘zelfstandigheid’, ‘persoonlijke ontwikkeling’ en ‘voldoening’ worden zeer goed gewaardeerd. De resultaten uit het Incompany-onderzoek sluiten aan bij het beeld dat eerder dit jaar uit het eigen Werkbelevingsonderzoek van UWV naar voren is gekomen. Ook hier hoge cijfers voor ‘de organisatie’ en ‘werkplezier’.

Werkplezier

“Je kunt gerust stellen dat mensen hier over het algemeen met plezier werken.”, zegt directeur HRM Martin Harms in een interview met het zakenblad. Volgens hem heeft UWV zich ontwikkeld tot een meer open en online organisatie. Er wordt steeds meer samengewerkt met het bedrijfsleven en overheden.” Harms ziet nog wel ruimte voor verbetering. “Wat ik graag zou willen, is dat we nog trotser worden op de organisatie.”

Opgaande trend

De goede score van UWV in deze ranglijst past binnen een constante opgaande trend in de afgelopen jaren. Sinds het eerste onderzoek van Incompany in 2005 is UWV gestegen van een 5,65 naar 6,98 in 2014.

 

Incompany